Het World Cup evenement in de Georgische hoofdstad Tbilisi is begin deze week met 128 deelnemers, met voor Nederland Anish Giri als troef, van start gegaan. Het betreft een toernooi waarin in elke ronde op basis van knock-out de helft van de deelnemers uitgeschakeld wordt, na vandaag zal het aantal overgebleven spelers al naar 32 geslonken zijn. Het tweetal dat op 21 september nog over is speelt de finale en heeft zich tevens geplaatst voor het Kandidatentoernooi in 2018 dat uiteindelijk de uitdager voor de match om de wereldtitel tegen Magnus Carlsen op zal leveren.

Dat Carlsen zelf meedoet is wat curieus maar volgens de regels, en voor het geval hij de finale mocht halen ligt er een alternatieve procedure voor het aanwijzen van de twee wereldtitelkandidaten voor volgend jaar klaar.
Maxime Vachier-Lagrave, nummer twee op de ratinglijst van 1 september, lootte voor de eerste ronde de Iraanse meester Muhammad Khusenkhojaev als tegenstander. De eerste partij waarin de Fransman zwart had eindigde vrij snel in remise, in de twee zou het krachtsverschil normaal gesproken moeten blijken.


(Vachier-Lagrave 2804 - Khusenkhojaev 2455, stelling na 18.Dd1-c1!)

Dat de Iraniër ook in de tweede partij op een gelijkspel uit was is natuurlijk volkomen legitiem maar, met al een exact gelijke positie op de rechter bordhelft, voert hij in de komende fase met een transformatie tot imitator het streven naar gelijkheid wellicht wat te ver door. 18.-Dc8?! 19.Lxh6 Lxh3 20.Lg5 Lg4 21.Lxf6 Lxf3 22.Pf5 Pf4 Er zijn spelers die zich bij een confrontatie met een imitator geen raad weten, maar dat de zwartspeler hier uittestte of 'MVL' tot die groep behoort is niet aannemelijk, waarschijnlijk zag hij gewoon niks beters. En dat blijkt bij nadere beschouwing in feite juist gezien. Hoewel het voor iemand als Vachier-Lagrave een koud kunstje is om een imitator het bos in te sturen, heeft zwart na 19.Lxh6! sowieso geen verdediging. 23.dxe5 dxe5 24.Lxe5! Zwart is zwakker op e5 dan wit op e4 is, en kan imitatie op e4 van wat wit op e5 heeft gedaan vergeten. Instructief. 24.-Pe2+ 25.Txe2 Txe5 26.gxf3 Dxf5 27.exf5 Txe2 28.Dg5! Td5 29.Le4 Lxf2+ 30.Kf1 Le3 31.Kxe2 Lxg5 32.Lxd5 cxd5 33.Td1 en zwart gaf op.

Opgave 3441 was de nu volgende tweezet van Pascal di Scala (Themes-64 1963) opgedragen aan P.Monreal.

04aug17-d4

Voor de matdreiging blijkt alleen Pd6 geschikt, 1.Kd8! geeft weliswaar de dekking van e6 op, na die zet dreigt er 2.Pf7# en op de vlucht 1.-Ke6 is er 2.Pg7#. Als zwart het paard weer pent: 1.-Td5 2.De8#, 1.-Dd4 2.Pg7# en 1.-Dd2 2.Dxe4#, op 1.-Db3 komt ook 2.Dxe4#. Verder nog: 1.-Dc4 2.Pxc4# en 1.-Dxd6 2.Dxd6#.

Opgave 3442 was een driezet van Jan Hartong (1e prijs Western Daily Mercury 1920).


Na 1.Pe5! dreigt 2.Le8! (3.Lxf7#, 2.-Lc8 3.Lc6#) en omdat dat niet zou werken als het paard toegang tot veld c7 hebben zou, is vrijmaking van dat veld het motief voor de verdedigingen, en in principe is het voor zwart een voordeel dat er een pickaninny (een zwarte pion die vier zetten, het maximale aantal, kan doen) ter beschikking is. Wit heeft echter in alle gevallen antwoord: 1.-cxb6 2.Lb5! (3.Lc4#) La6 3.Lc6#, 1.-cxd6 2.Pd3! gevolgd door 3.Pf6#,1.-c6 2.Pg6! (3.Pe7#) fxg6 3.Le6#, 1.-c5 2.Pc4! gevolgd door 3.Pf6#. Op welk van de vijf velden de pion na de eerste zet ook staat, steeds profiteert wit omdat dat veld vervolgens ontoegankelijk is voor een zwart stuk. Zo mist zwart met de pion op b6 de paardzet naar dat veld, en draait het in de varianten met de pion op d6, c6 en c5 steeds om een blokkering voor de koning.

Opgave 3446

Arnoldo Ellerman
La Clé 1970 (versie)

Wit begint en geeft mat op de 2e zet. Sleutelzet (3 punten) + alle matzetten die wit nodig heeft (1 punt) voor 5 oktober naar:

Dolf Wissmann

Dirk Boutsstraat 53-b

8932 CP Leeuwarden

Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.