De eerste negen partijen in de match om de wereldtitel eindigden in remise, het record stond op acht (Kasparov/Anand, 1995), Magnus Carlsen en Fabianio Caruana hebben nu dus samen een record in handen. In die negen partijen zijn er over een weer zeker wel kansen voorbijgekomen, in de achtste partij waren die vooral voor Caruana.

Wit: Fabiano Caruana (USA, 2832), Zwart: Magnus Carlsen (NOR, 2835), 8e partij WK-match Londen, 19 november 2018.

1.e4 c5 2.Pf3 Pc6 3.d4 cxd4 4.Pxd4 Pf6 5.Pc3 e5 6.Pdb5 df6 7.Pd5!
In plaats van de hoofdvariant, 7.Lg5. De keus voor de paardzet kreeg veel instemming. 7.-Pxd5 8.exd5 Pb8 9.a4! Le7 10.Le2 0-0 11.0-0 Pd7 12.Ld2!? f5 13.a5 a6 14.Pa3 e4 15.Pc4 Pe5 16.Pb6 Tb8 17.f4 exf3 e.p. 18.Lxf3 g5?! 19.c4 f4 20.Lc3! Lf5!
Die geeft de beste kansen op tegenspel.



Bij de commentatoren die ik op internet had geselecteerd, groeide nu de overtuiging dat de situatie wel heel gunstig voor de uitdager was. Hij was duidelijk beter op de variant voorbereid geweest dan Carslen en had daardoor een tijdvoorsprong van ongeveer 50 minuten opgebouwd en, ook niet onbelangrijk, van all over the world kwamen computerevaluaties van de stelling binnen en daarin was het patroon: hoe sterker de computer, hoe groter het voordeel voor wit. Een van de supercomputers zou zwart zelfs al hebben opgegeven. Als Fabbie zo meteen tot 21.c5! zou besluiten, en dat ging hij echt wel spoedig doen, zou de situatie voor de wereldkampioen niet te benijden zijn. Het werd een beetje verontrustend toen de denkpauze van 'Fabbie' het half uur passeerde. De blik leek nog altijd op het gebied rond c5 gericht, maar wie wereldkampioen wil worden moet meer doen dan aan sterke zetten denken, ze dienen op het bord te worden uitgevoerd. Na 34 minuten was daar eindelijk de hand boven het bord, en zoef, ook al weer terug. De c-pion stond op c5! Hij had de beste zet gespeeld. Helaas was er van die grote tijdsvoorsprong niet veel meer over. 21.c5! Pxf3+ 22.Dxf3 dxc5 Carlsen had in de bedenktijd van zijn tegenstander mee zitten denken en leek daarbij al enkele beslissingen te hebben genomen, want vanaf de 21e kwamen zijn zetten snel. Ook een van de supercomputers leek met het door de uitdager beschikbaar gestelde half uur zijn voordeel gedaan te hebben, getuige de opmerking dat wit voor dat grote voordeel wel voor 23.Tae1! moet kiezen. 23.Tad1?! Onder de opgevoerde druk hier dan een onnauwkeurigheid van wit. 23.-Ld6 24.h3? Te langzaam. Het had van 24.Pc4! moeten komen, in de partij is alle voordeel verdwenen. 24.-De8! 25.Pc4 Dg6! 26.Pxd6 Dxd6 27.h4 gxh4 28.Dxf4 Dxf4 29.Txf4 h5! 30.Te1 Lg4 31.Tf6 Txf6 32.Lxf6 Kf7 33.Lxh4 Te8 34.Tf1+ Kg8 35.Tf6 Te2 36.Tg6+ Kf8 37.d6 Td2 38.Tg5 Remise.

Opgave 3505 betrof een driezet van een persoonlijke favoriet van mij, Arthur F. Mackenzie (The Illustrated London News 1884).


1.De6! (ZZ)
1.-Kxb4 2.De1+!
Kc4 3.De4#,

1.-cxb4 2.Db6+!
axb6 3.Ta8#,

1.-a6 2.Tc4! (3.Db6#) bxc4 3.Dc3#,
1.-c4 2.Kc3! L- ~ / a6 3.T8xb5#/3.Db6#.

Dat de sleutel een vluchtveld (a6) neemt, zal de componist destijds vermoedelijk ook wel hebben gezien, tenminste, voor zover dat toen nog mogelijk was. Met 1.De6 doet wit echter ook vrijwillig afstand van het directe 2.Dc3# als antwoord op 1.-Kxb4, dat biedt enig tegenwicht.

Opgave 3509
William A. Shinkman
The Daily American 1887


Wit begint en geeft mat op de 4e zet. Sleutel + alle varianten t/m de 3e witte zet (5 punten) voor 20 december naar:

Dolf Wissmann

Dirk Boutsstraat 53-b

8932 CP Leeuwarden

Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.