Bron: Friesch Dagblad 22 mei 2009

{nl}

Het Fries Kampioenschap in Sneek leverde in de eerste fase al veel verrassende uitslagen op. De overwinning van Douwe van der Meulen op Nick Bijlsma, een favoriet voor de titel, was daarnaast ook nog spectaculair. Het lijkt op een partij waarin een jonge hond een oude rot naar de keel springt. Maar in werkelijkheid was het dus andersom.

Het Fries Kampioenschap in Sneek leverde in de eerste fase al veel verrassende uitslagen op. De overwinning van Douwe van der Meulen op Nick Bijlsma, een favoriet voor de titel, was daarnaast ook nog spectaculair. Het lijkt op een partij waarin een jonge hond een oude rot naar de keel springt. Maar in werkelijkheid was het dus andersom.

{nl}

 

{nl}

Wit: Douwe van der Meulen, Zwart: Nick Bijlsma, 2e ronde FK 2009.

{nl}

1.d4 d5 2.c4 e5 3.dxe5 d4 4.Pf3 Pc6 5.g3 Pge7 6.Lg2 Pg6 7.Lg5 Dd7 8.0-0 Pgxe5 9.Pxe5 Pxe5 10.Db3 c5 11.e3 f6 12.exd4 cxd4 13.Lf4 Le7 14.Ld5! Verhindert de rokade. 14.-Pg6 15.Ld2 Tb8 16.Pa3 Dg4 17.Tfe1 h5 18.Te4 Dh3 19.Tae1 Het is duidelijk dat er bij zwart iets vreselijk mis gegaan is in de opening en dat wit optimaal heeft geprofiteerd. 19.-Kd8 20.Lf7 Niet de beste, na 20.Txd4! of 20.Lb4! was het al uit geweest. 20.-Pe5 21.Txd4+ Ld7 22.Th4 Df5 23.Tf4 Dd3 24.Dd1 Lxa3

{nl}

Dit verliest, maar ook na andere zetten was het moeilijk voor zwart gebleven.

{nl}

 

{nl}

{nl}

 

{nl}

25.Txe5! Dd6 25.-fxe5 26.La5+ betekent dameverlies. 26.Td5 De7 27.La5+ b6 28.Txd7+ Dxd7 29.Td4 Tb7 30.Le6 en zwart gaf op. Een prachtige aanvalspartij die Van der Meulen mag koesteren.

{nl}

 

{nl}

Opgave 3011 was een tweezet van Jouwert Turkstra (Probleemblad 1969).

{nl}

 

{nl}

{nl}

 

{nl}

Het is een mooi tweezetje van het klassieke soort die in de smaak viel. De fraaie sleutel 1.Td3! geeft de vluchtvelden f5 en d3 aan de zwarte koning en dreigt 2.Dd5#. Die koningszetten zijn met schaak, maar de witte Lh7-Pg6-batterij kan dat aan: 1.-Kf5+ 2.Pe7#; 1.-Kxd3+ 2.Pe5#. De andere verdedigingen bestaan uit torenzetten met blokkering op dezelfde velden: 1.-Tf5 2.Td4#; 1.-Txd3 2.De6#. Mooi geheel. Er zijn dus vijf (antwoord vraag B) verschillende matzetten.

{nl}

 

{nl}

Opgave 3012, een driezet van W.A.Shinkman (International Chess Magazine 1889), zat ook mooi in elkaar.

{nl}

 

{nl}

{nl}

 

{nl}

Op zetten van pion d2 zou onmiddellijk mat (Pd4) volgen, maar wit moet natuurlijk ook met andere zwarte zetten rekenen. Daarom is een dreiging nodig, de juiste weg is 1.Le5! (dreigt 2.Pd4+ Ke1 3.Lg3#) waarna de d-pion juist pareert. Op 1.-dxc1D of 1.-dxc1L komt 2.Lg3! D/Ld2 3.Pd4# en na 1.-dxc1P gaat de loper terug: 2.Lc3! Pxd3 3.Pd4#. Leuk is ook de derde variant: 1.-dxc1T 2.Lg6! Kxf3 3.Lh5#. Zwart brengt zichzelf in patpositie, maar wit profiteert juist daarvan. De laatste variant verklaart waarom 1.Lf6? niet goed is.

{nl}

 

{nl}

Opgave 3016

{nl}

Frank Visbeen

{nl}

Probleemblad 1965

{nl}

 

{nl}

{nl}

 

{nl}

Wit begint en geeft mat op de 2e zet, drie oplossingen.

{nl}

A. Geef de sleutelzetten (3 x 1 pnt).

{nl}

B. Geef