Bron: Friesch Dagblad

Er wordt wel eens beweerd dat het schaakspel en het pokerspel enige verwantschap hebben.

Zo kwam het niet helemaal onverwacht dat Loek van Wely, veelvuldig Nederlands schaakkampioen, een overstap naar het poker overweegt omdat dat mogelijk een lucratievere bezigheid is. Dat laatste is ongetwijfeld waar als je de top bereikt, maar voor een topper in het schaken zal dat niet automatisch het geval zijn net zoals dat andersom ook niet opgaat.



De Rus Alexander Grischuk is een topschaker die ook als pokeraar enige faam schijnt te genieten. Mijn indruk van hem was daardoor er eentje van een schaker bij wie de echte toewijding voor het spel ontbreekt. Dit veranderde toen ik vorig jaar las, dat hij zich tijdens een schaaktoernooi bijna twee weken lang had opgesloten in zijn hotelkamer om zich op zijn tegenstanders voor te bereiden.

 

Ik sluit niet uit dat de Rus op beide terreinen over talent beschikt, maar hoe dan ook, zijn schaakresultaten in 2010 zijn die van een topper zonder nevenbezigheden. Op de virtuele wereldranglijst is hij gestegen naar de zesde plek.

Op het toernooi in Linares begon hij begin deze week ook weer sterk.

Wit: Alexander Grischuk, Zwart: Boris Gelfand, 2e ronde Linares 2010.

1.d4 Pf6 2.c4 e6 3.Pc3 Lb4 Het gaat met de populariteit van openingen vaak met golfbewegingen. Zo kwam enkele jaren geleden in een toptoernooi zelfs de zet 1.e4 sporadisch voor. De topspelers hadden besloten dat het Russisch zwart te veel kans op remise gaf. Maar 1.e4 won het laatst bijvoorbeeld op het Corustoernooi weer makkelijk van 1.d4. Na 1.d4 komt het in deze partij gespeelde Nimzo-Indisch na een inzinking tegenwoordig weer heel veel voor. 4.e3 0-0 5.Ld3 d5 6.Pf3 c5 7.0-0 dxc4 8.Lxc4 Pbd7 9.De2 a6 10.a4 cxd4 11.exd4 Pb6 12.Ld3 Pbd5 13.Pxd5 Pxd5 In een eerdere grootmeesterpartij kwam 13.-exd5. Afgaand op het vervolg lijkt de zet van Gelfand geen versterking. 14.De4 g6 15.Lh6 Te8 16.Pe5 Ld7 17.Df3 De7 18.Le4 Lc6 19.Lxd5 Lxd5 20.Df4 f5 21.h4 Tac8 22.Tac1 Ld6 23.Tfe1 Df6 24.Tc3 Txc3 25.bxc3 Tc8 26.Dg3 Le4 27.h5 Lxe5 28.dxe5 Df7 29.Te3 Kh8? 30.Dh4! gxh5 31.Tg3 Ld5

Nu kan zwart na 32.Tg7? Dxg7 33.Lxg7+ Kxg7 waarschijnlijk gewoon remise houden omdat wit geen doorbraakmogelijkheid heeft. Maar, zal Grischuk gedacht hebben, de zwarte koning heeft geen velden, de dame kan f6 niet loslaten, de toren moet d8 en c4 (anders c3-c4!) in de gaten houden en de loper moet b7 en e6 blijven dekken. 32.a5! Zetdwang, dat zie je niet vaak met nog zoveel stukken op het bord. 32.-f4 Een betere is er niet. 33.Tg7! Nu wel, want na 33.-Dxg7 34.Lxg7+ Kxg7 35.Dg5+ Kh8 36.Dxf4 is het niet moeilijk. 33.-Df5 34.De7 De4 35.Df6 en zwart gaf op.

 

Opgave 3049 was een driezet van Udo Degener (2e Eervolle Vermelding Springaren 1995).

Het is er eentje die geschikt is voor schakers die er niet goed tegen kunnen als de witte en zwarte stukken te veel door elkaar heen staan, zoals in problemen vaak het geval is. Na 1.Kf2! dreigt 2.Ke3! + 3.f4#. Varianten: 1.-Lxd5 2.f4+! Kxe4 3.Lc2# en 1.-hxg5 2.Te6+! Kf4 3.g3#. In beide gevallen blijkt in de matstand de eerste zet van zwart een blokkering te zijn. Eenvoudig, maar goed.

 

Opgave 3053, Doede Bruinsma (Zwijndrecht) en Dolf Wissmann (Leeuwarden), Eerste Plaatsing

Helpmat in twee zetten, twee oplossingen. Zwart begint en helpt mee aan de matstand van zijn eigen koning.

Oplossingen (2x2 punten) voor 18 maart naar:

 

Dolf Wissmann

D.Boutsstraat 53-b

8932 CP Leeuwarden

Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.

 

 

 

 

 

Laatst aangepast (vrijdag, 26 februari 2010 20:21)